Bewegend brein

Al langere tijd hoor ik dat lichamelijke beweging ook goed is voor je brein, maar dat lijkt me niet….

Stel je voor dat je die grijze massa onderwerpt aan een interval-training! Eerst hem even uit het schedeldak lepelen en de juiste outfit aanmeten. Dat is tegenwoordig toch geen gemakkelijke keus met al die modegrillen. Die rode hardloopschoenen zien er wel kek uit, dus daar gaan we voor!

Ok, ik ben er klaar voor. De trainer geeft het signaal, 5 x 100 meter in 20 seconden! Niets vermoedend sta ik nog even mijn outfit te bewonderen en te genieten van de oorverdovende stilte. Ik voel een stevige tik op mijn frontale cortex en realiseer met dat ik vergeten ben mijn oren mee te nemen. Snel gris ik de oren van mijn lege hoofd en plak ze snel aan de zijkant. Ik wil de trainer vragen om zijn opdracht nog even te herhalen, maar er komt geen woord uit mijn grijze massa. Wat ben je toch gehandicapt met zoveel grijze cellen zonder de juiste zintuigen! Gelukkig is mijn hoofd nog in de buurt en plak ik mond en lippen snel ergens aan de voorkant. Wat gaan we doen trainer?

De trainer is de beroerdste niet en geeft opnieuw aan wat er van mij verwacht wordt. Met alle kracht die er in mijn hersenstam zit begin ik te bewegen en loop als de bekende kip zonder kop overal heen behalve de goede kant, dat maak ik tenminste op uit het gevloek van de trainer. Ik mis nog een essentieel onderdeel realiseer ik me: zicht! Ook dat is snel opgelost en met 2 ogen op steeltjes zie ik een soort oranje baan met strepen, waartussen ik de anderen zie bewegen.
Ik haal nog een keer alle zuurstof die in mijn hersenen zit opgeslagen bij elkaar en ga van start.

Na amper 6 seconden ga ik plat, alle zuurstof is opgebruikt en ik realiseer met dat ik ook in dit geval iets uit mijn oude lijf had moeten meenemen. Het zweet breekt me uit, denk ik, maar ook daarvoor mis ik de juiste attributen!

Met een zucht geef ik het op, bewegen is goed, maar dat laat ik voortaan graag over aan mijn lijf!

P.s.
De positieve effecten van lichamelijke inspanning via hormonen en andere stofjes op de hersenen zijn breed bekend, dus vooral lichamelijk bezig gaan!

Ook een Kerstverhaal…

Winter huisjeDe oude man rilde, de kachel trok het niet al te best met -10 graden en hij was al dagen niet buiten geweest om hout uit de schuur te halen. Hij bespeurde dat het sowieso al een tijd geleden was dat hij erop uit was geweest. Met weemoed dacht hij terug aan de tijd dat zijn vrouw nog leefde en zij er samen nog wel op uittrokken, al was het op het laatst alleen nog maar om het dorp in te lopen om de dagelijkse boodschappen te halen. Hij pakte de verfrommelde krant van het tafeltje naast zijn rookstoel en bladerde hem gedachteloos door. “Mijn concentratie is ook niet meer wat het geweest is”, bromde hij zachtjes voor zich uit. Toch viel zijn oog op de plaatjes met Kerstbomen, marktjes en mensen die volgepakt met cadeautjes door winkelcentra liepen. Hoe fijn zou het zijn om dat ook nog eens te doen, bedacht hij zich, maar tegelijkertijd zakte de moed hem al weer in de schoenen. Ver in de gang hoorde hij iemand op de deur kloppen. Schuifelend liep hij door de ijskoude gang en probeerde de klemmende deur open te trekken. Na drie pogingen lukte het eindelijk en hij verontschuldigde zich bij de jonge vrouw die voor de deur stond: “Die deur klemt al jaren mevrouwtje, ik kom er niet meer aan toe om daar naar te kijken”.
“Niet erg hoor meneer, ik hoefde heus niet zo lang te wachten! Ik ben van de Dorpsraad Ugchelen en breng brochures rond over Noaberschap, zeg maar een vorm van burenhulp. We willen inzicht krijgen welke mensen in Ugchelen hulp zouden kunnen gebruiken en welke mensen hulp willen aanbieden. Als we dat weten kunnen we dat bij elkaar brengen. Wilt u de brochure eens lezen?”

Zo vlak voor Kerst 2015 kijken we terug op een jaar waarin we vanuit de Dorpsraad aandacht hebben gegeven aan het fenomeen Samen Sterk, een moderne versie van Noaberschap om de sociale samenhang in Ugchelen te verbeteren. Bij het huis-aan-huis rondbrengen van de brochures hoorden we van veel inwoners dat er al veel gedaan wordt aan burenhulp: “Ik woon in een heerlijk buurtje meneer!” De Dorpsraad is daar erg tevreden over, maar constateert dat dit nog niet voor iedereen werkt. We worden ook benaderd door mensen die best wat hulp kunnen gebruiken. En gelukkig zijn er ook veel Ugchelenaren die mede-inwoners willen helpen.
Voor 2016 is de ambitie om deze vraag en het grote aanbod (veel sociaal bewogen mensen in Ugchelen!) samen te brengen, zodat we kunnen zeggen: Ugchelen is een sociaal dorp, de inwoners hebben oog voor elkaar en doen het samen.

“Alleen en nog steeds rillend van de kou las de oude man op Kerstavond de brochure door van de aardige mevrouw die vanmiddag aan de deur was. Ergens sprak het hem wel aan, maar iets weerhield hem er toch ook van om het antwoordformuliertje in te vullen. Gedoe, weer nieuwe mensen leren kennen, ik vind het wel goed, bromde hij voor zich uit. Maar het gesprekje met die dame vanmiddag was toch ook wel leuk, hij had immers al een tijdje niemand gesproken. Stijf stond hij op uit zijn oude stoel en zocht in het laatje van de keukentafel naar een potlood.”

hd-kerst-wallpaper-met-een-verlichte-kerstboom-bedekt-met-een-laag-sneeuw-hd-winter-achtergrond-fotoDe Dorpsraad roept iedereen op die wel een handje kan gebruiken, die gezelschap zoekt, die de eenzaamheid wil doorbreken, die even een adempauze nodig heeft bij de verzorging van een familielid of die door omstandigheden een keer niet de hond uit kan laten om dat te laten weten. Er zijn veel mede-inwoners die hierin een rol willen spelen!

Informatie:  dorpsraadugchelen.nl/noaberschap-omzien-naar-elkaar/

 

Are you being followed?

In onze moderne wereld wordt je constant gevolgd (tracking), of je wilt of niet én of je het weet of niet. Om helder te krijgen of dit erg is óf niet gaan we terug in de tijd én bekijken we welke lessen uit die geschiedenis we kunnen vertalen naar de toekomst…..

Hoe werkte gevolgd worden in het ‘duistere’ verleden:
In de donkere middeleeuwen werden mensen ook al gevolgd, zij het wat op een andere manier dan tegenwoordig. Het waren meer de ogen van spionnen, van verliefden, van kwaadwillenden diespion wilden weten waar hun doel zich bevond en wat hij of zij uitspookte. De manier om ‘verborgen’ te blijven varieerde van je verstoppen op een onbekende plek, werken met een dubbelganger of door je achtervolger te ontmaskeren. Op het moment dat het schrift ontstond en mensen hun gedachten op papier gingen zetten ontstonden er nieuwe mogelijkheden om iemand te volgen, goed bedoeld of soms ook niet. Zowel de schrijvers als de volgers ontwikkelden slimmigheidjes om hun doel te bereiken. Geheim schrift, onzichtbare inkt en gebruik van codes geheimschriftkwamen in zwang maar net zo snel kwamen de volgers achter de gebruikte methodes en moesten de schrijvers weer nieuwe manieren verzinnen. De ‘wedloop’ was begonnen.

Hoe werkt het nu:

tracking-mobileHet fysieke volgen kennen we nog steeds, hinderlijk volgen noemen we tegenwoordig stalken. Ons mobiele spraakverkeer wordt in de gaten houden door de NSA of als ze het willen toegeven de Nederlandse Veiligheidsdienst. Spionnen bestaan nog steeds maar die zie je natuurlijk niet. Paparazzi achtervolgen celebrities met een camera en Facebook volgt al onze sociale uitingen. Dan hebben we nog de professionals die met richtmicrofoons en – of andere afluisterapparatuur geheimen proberen te achterhalen en om het nog wat breder te trekken, we hebben enorme telescopen op de ruimte gericht om te weten te komen of daar ook nog iemand is die ons misschien ook wel bekijkt of afluistert.

Zijn we dan aangeschoten wild? Zijn we nooit meer ‘onzichtbaar’? En de vraag dient zich dan aan: Hoe erg is dat dan?

Deze laatste vraag stellen we even uit om eerst te kijken wat dit allemaal voor onze nabije toekomst betekent!

Hoe werkt het straks:

Als je de technische ontwikkelingen doortrekt en die combineert met de nimmer aflatende nieuwsgierigheid naar wat een ander uitspookt ziet onze toekomst er ‘bloot’ uit. We zijn nooit meer op onszelf of onzichtbaar. We staan altijd in ons blote nakie en niets over ons is meer geheim. DNAOns DNA is uitgeplozen en zelfs wat we denken zal openbaar zijn door het opvangen en distribueren van onze hersengolven. En nog sterker, het zijn niet alleen onze mede aardbewoners die ons volgen, ook de personages uit andere galactische werelden zijn bijzonder geïnteresseerd in ons doen en laten.

Het antwoord op de vraag hoe erg is dat dan kan je dan ook op 2 manieren beantwoorden:
1. Dat is vreselijk, niets is meer privé, alles is openbaar. Actie: Koop stiekem een onbewoond eiland, zet daar een groten glazen stolp op en bekleed die aan de binnenkant met aluminiumfolie. Vertel niemand dat je daar heen gaat en neem voldoende proviand mee. Kruip onder de stolp en geniet van de eenzaamheid.

onbewoond-eiland
2. Dat is helemaal niet erg, omarm dit moderne leven in verbinding en neem op de koop toe dat er anderen zullen zijn die het misschien niet goed met jou voor hebben of misbruik van je willen maken. Ook dat hoort bij het leven en het is niet te voorkomen. Dat is feitelijk de enige constante van vroeger tot in de verre toekomst:

Het ‘leven’ leven houdt ook in: risico’s nemen.

Risico lopen

Van pruttijd naar aankeutelen

Tijdens mijn werkzame leven kende ik het fenomeen ook al wel, maar destijds noemde ik, maar ook collega’s dat wat anders: Pruttijd gebruiken.
Het bleek een goed werkende methode om naar de omgeving aan te geven: je moet nog even niets van mij verwachten, het ligt in de week, ik denk erover na en het komt wel goed.
Een manier zo weet ik nog, om niet alleen je hoofd te gebruiken maar ook het gevoel, de intuïtie aan bod te laten komen. De ‘verloren’ tijd werd later weer ruimschoots goed gemaakt door een snellere realisatie van het onderwerp waarover werd ‘geprut’.

En nu zit ik tijdens mijn eerste fase van mijn pensionada-tijd ook weer lekker te prutten, maar noem dat om een of andere reden ‘aankeutelen’. Wat is dan het wezenlijke verschil?

koffietijd

…… Na de koffie en even piano spelen weer terug achter de PC om dit verhaal af te maken…..

pianospelen

De onderbreking zoals hierboven beschreven en het feit dat ik lekker zit te typen in een joggingbroek en nog niet gewassen ben zegt al veel, maar de echte clue zit hem in het feit dat er geen verwachtingen zijn. Komt dit verhaal er vandaag niet, dan morgen wel en anders helemaal niet. Dat is ook goed.

Het woord aankeutelen staat dus voor ongepland, ongestructureerd, ongericht, onserieus maar, om maar eens een dubbele negatie toe te passen, NIET onplezierig.
Het is heerlijk om zonder tijdsdruk, zonder verwachtingen, zonder einddoel gewoon maar wat aan te klooien, het gevoel, je intuïtie en je ratio door elkaar te laten buitelen, maar omdat dat nogal een lange uitleg is noem ik dat gewoon maar even “Aankeutelen”.

En tot ieders verbazing: Komt er ook nog een verhaaltje uit!

Gerommel in het vooronder

Gerommel in het vooronderHet is nog maar een aantal jaren geleden dat ik, als ik over de voorplecht keek, een forse straal uit de buis zag komen. De buis waarmee het overtollige water dat zich verzameld in het vooronder wordt geloosd, bedoel ik dan. En nu kijk ik terug op een periode die ik maar zal omschrijven als “Gerommel in het vooronder”. Wat is er precies gebeurd?

Zo’n 2 jaar terug viel mij op, als ik goed oplette, dat de straal minder fors was dan daarvoor. Nog geen reden om me zorgen te maken en ik liet het er maar bij. Totdat het ook anderen begon op te vallen en ik noodgedwongen er werk van ging maken. Eerst maar eens overleggen met iemand die er verstand van heeft, zei ik tegen mijn medebemanningslid. En zo gezegd zo gedaan. Met een advies op zak op zoek naar iemand die de ophanging van de machinerie in het vooronder eens goed onder de loep kon nemen en waar mogelijk kon versterken. Na een periode testen en proberen leverde deze actie geen resultaat op en zag ik me gedwongen terug te keren naar genoemde adviseur.

Tot mijn schrik bemerkte ik in die periode dat de straal, die al niet meer zo fors was als vroeger, zijn naam geen eer meer aan deed, en feitelijk beter omschreven kon worden als een ‘straaltje’. Mijn adviseur zag nog wel mogelijkheden om met een bepaald middeltje de leidingen wat beter doorspoelbaar te maken en dat leek me, met het schrikbeeld van een grotere ingreep, een goed idee.

Maar, na een half jaartje proberen had dat ook niet het gewenste resultaat en dan toch maar voor het grotere werk. En dan krijg je dus te maken met de echte specialisten die er niet voor schromen om het leidingenwerk en alles wat daar mee samenhangt van binnenuit te inspecteren én waar nodig uit te ruimen en op te ruimen om de doorstroming weer op gang te krijgen.

De klus met al het opruimwerk duurde een paar dagen en daarna was het de vraag of alles nog wel goed werkte. Dus na een paar weken maar even een proefvaart ingepland om te zien hoe het zich zou houden. En …. naar tevredenheid, de straal uit de buis bij het vooronder was weer prima dus: Klus geklaard.

Tot op een dag, we voeren over een binnenmeer, me toch weer opviel dat de straal toch wel wat minder was. Het leek verdorie wel of er een knik in die buis zat, maar dat kon helemaal niet, dat was toch van hard staal!? Na een belletje met de mannen die de klus hadden geklaard snapte ik dat dit een veel voorkomend bijverschijnsel was na zo’n klus en dat er ook een goede remedie voor was. Gewoon even langskomen en we fixen dat weer!

En inderdaad, het werd snel gefixt, even een soort schoorsteenborstel in de buis naar binnen, even flink ragen en voor ik het wist was het leed geleden.
En nu, als ik weer eens over de voorplecht kijk, geniet ik van de ruime straal die er uit de buis klatert, een waarlijk mooi geluid!

Daadkracht?!

Of je nou wel of niet moet ingrijpen in Syrie weet ik echt niet, waarschijnlijk lost het niets op en wordt het daarna alleen nog maar ingewikkelder (zie de gebeurtenissen in Egypte). Maar waar ik me enorm over verbaas is hoe de Amerikanen en Obama in het bijzonder hier mee omgaan.
Ik snap ook wel dat als je eerst iets zeg over een rode lijn en dat als een ander daar dan overheen stapt dat dat wat betekent, maar doe dan iets wel of doe dan iets niet.
Als je via je vazallen (Kerry) de wereld klaar maakt voor een militair optreden en je dan een paar dagen later hoort dat de besluitvorming over een mogelijk ingrijpen nog een weekje op zich laat wachten dan zakt de broek toch af.
Je begrijpt, ik heb Obama best hoog zitten, maar ik was met stomheid geslagen toen ik op de radio hoorde dat die besluitvorming uiterst voorzichtig diende te gebeuren (zit wat in) en dat daarvoor het Amerikaanse congres nodig was. Helaas zijn die nog een weekje met vakantie en dus wacht de hele wereld op vakantievierende congresleden.

Onbegrijpelijk……….  (september 2013)

Verlangen naar anders

Op mijn fiets hard zwoegend tegen de ijskoude sneeuwjacht in krijg ik beelden, inderdaad bijna een fatamorgana, van een heerlijke warme zomerdag met temperaturen van zo’n 30 graden, puffend achter weer een koud biertje wat feitelijk niet verkoelend werkt zit ik zwetend stil te hopen dat het gauw weer kouder wordt. Wat is dit toch het verlangen naar anders?Zwoegend tegen de sneeuw in

zweten warm weer
Ik heb hierover gesproken met een kenner, Dokter Meteo, gespecialiseerd in de effecten van het weer op het menselijk gestel, zowel lichamelijk als mentaal. “Waar komt dat verlangen naar anders toch vandaan Dokter Meteo?”, vroeg ik op een milde zomerdag op een terras met uitzicht over het water. “Dat is een ingewikkeld verhaal, maar laat ik bij het begin beginnen. Het effect van extreme temperaturen op de menselijke cellen laat zich als volgt verklaren: Als de temperatuur buiten het lichaam erg laag is wordt dat via het bloed doorgegeven aan onze cellen die van de schrik meteen beginnen te reageren. Per cel is dan het effect verschillend, de cellen in de kaak zorgen in dit kader dan voor het alom bekende klappertanden, de cellen aan de achterzijde van het lichaam zorgen voor de bekende rillingen over de rug en de cellen in de voeten geven al snel signalen af van bevroren tenen. Een overkoepelende reactie van de cellen is: Dit is niet goed, hier moet wat aan gedaan worden”. “Maar hoe doen die cellen dat dan Dokter Meteo?”. “Goede vraag, die cellen kunnen dat niet zelf dus die sturen een signaal naar de hersenen met de vraag om dit te herstellen, wat door het wensbrein opgevat wordt als een sterk verlangen naar anders. Dit wensbrein is bij de meeste mensen nogal zwart-wit en het effect is dan ook een doorschieten naar de veels te warme kant, wat het verlangen naar mijn mening helder verklaart”.
“Ik begrijp het, maar werkt het vanuit overdreven warm dan ook zo?”. “Niet helemaal hetzelfde weet ik, de reactie van het lijf komt dan meer voort vanuit de ontstane uitputting ten gevolgde van overmatig zweten. Dat zweten kost het lijf veel energie en tegelijkertijd worden er veel belangrijke lichaamsstoffen uitgescheiden, die, ik geef het toe, soms niet zo fris ruiken! De uitgeputte cellen spreken het wensbrein hier dan stevig op aan die op zijn beurt een beetje heimelijk gaan hopen op verandering van de temperatuur. Het wensbrein bij de meeste mensen is niet alleen zwart-wit maar heeft ook een goed geheugen, dus na het verlangen naar warmte van een half jaar geleden nu weer terug naar de kou is voor de meeste wensbreinen wel een beetje te gortig.”
“Is er wat aan te doen Dokter Meteo, is er een medicijn?”. “Medicijnen helpen maar zeer beperkt is mijn ervaring, ik stel bij ernstige gevallen van wensbrein-problematiek een operatie voor waarbij ik het wensbrein vervang door een weerbrein die is afgesteld op 27 graden. Dat weerbrein heeft dan op zijn beurt een directe relatie met het vakantiebrein die er dan voor zorgt dat het lichaam zich constant in de goede klimaatzone bevindt. Kostbaar maar zeer efficiënt………….”.

Zwart scherm, gouden randje

“Shit”, vloekte Elsa nadat ze in het duister haar scheenbeen tegen een scherpe rand stootte.
“Dimmen”, fluisterde Bart die angstig om zich heen keek of niemand haar licht zou zien………
Eerder die middag hadden ze tijdens een boswandeling gepraat over hun vastlopende relatie en waren ze de tijd uit het oog verloren. Het werd al donker en de stemming werd er niet beter op. Bart deed manmoedige pogingen om zijn rol te pakken en Elsa was vooral chagrijnig en wilde naar huis. Ze schrokken op van het gekrijs van een roofvogel die vlak over hun hoofd wegscheerde. “Hoe komen we hier in godsnaam weer weg?”, bitste Elsa en sloeg, zonder op antwoord te wachten, linksaf. “Ik dacht dat we hier ergens naar rechts moesten, als ik het me goed herinner”, meldde Bart aarzelend toen hij links van zich een angstaanjagende kreet van Elsa hoorde. Hij zag haar verstijfd van schrik staan bij de aanblik van een vreselijk verminkt lichaam wat dwars over het pad lag. “Wie doet dat nou? Wat moeten we nou?”, fluisterde Elsa en keek angstig naar Bart. Zijn hart klopte in zijn keel en heel even aarzelde hij. Angst en overlevingsdrift namen de overhand en ruw greep hij Elsa bij haar arm en trok haar dwars door struiken en bosjes heen om weg te komen van die verschrikkelijke plek. Na een kwartier rennen en continue over zijn schouder kijkend of ze gevolgd werden zakten ze hijgend neer op een boomstronk en probeerden ze weer wat tot zichzelf te komen. Het voorspelde onweer was inmiddels losgebarsten en met hun jassen over hun hoofd getrokken probeerden ze zich in het toenemende duister te oriënteren. “Ik dacht dat jij de weg wist…?, zei Elsa cynisch nadat ze voor de zoveelste keer moesten constateren dat ze geen idee hadden waar ze eigenlijk waren. “Krijg wat”, slingerde Bart haar toe, en liep zonder zich verder om haar te bekommeren met een forse pas het duister in. Na een paar angstige minuten hoorde hij de voetstappen van Elsa achter zich en kwam zijn wildbonkende hart weer wat tot rust. Haar alleen achterlaten in dit door regen en onweer duistere bos had hij niet echt gewild maar hij was helemaal klaar met haar. Elsa kwam net naast hem lopen toen ze door haar enkel zwikte en haar scheenbeen gemeen tegen een scherpe rand stootte. “Shit”, vloekte ze en probeerde te zien waaraan ze zich had gestoten. Bijgelicht door de flashlight app op haar smartphone onderscheidde ze een vaag rechthoekige vorm en realiseerde ze zich dat het een grafzerk moest zijn. Aarzelend scheen ze met haar smartphone over de gedenksteen en las:

“Hier rust Elsa, zij dwaalde eindeloos rond…..”.

In paniek klikte ze Googlemaps aan. “Ik breng ons hieruit Bart”, klonk het ferm maar de moed zonk haar in de schoenen toen ze op het schermpje zag: ‘Battery low’. Daarna was in de gouden omlijsting van haar IPhonehoesje slechts een inktzwart schermpje te zien.

Exit toetsenbord

De lichte trilling achter zijn rechter oog bracht zijn bewustzijn via een reeks neurotransmitters naar zijn linker hersenhelft en hij moest glimlachen toen hij het voorstel van zijn goede vriendin Elsa begreep. ‘Morgenavond lijkt mij leuk, ik zoek wel een restaurantje’ dacht hij en vrijwel direct begreep hij dat Elsa dat een prima idee vond. Tegelijkertijd was hij aan het nadenken over een opdracht die hij van de Radboud Universiteit had gekregen om een verhaal te maken over de historie van het schrijversvak en werd hij zich bewust van nog 3 anderen die op dat moment met hem meedachten.
Na een verkwikkende douche besloot hij om zijn gedachten meer de ruimte te geven en een verfrissende wandeling te maken in de duinen vlak bij hem om de hoek. De zilte wind die over het strand naar hem toewaaide deed hem denken aan zijn jeugd toen hij met vriendjes op het natte zand met een stok de namen van hun geheime liefdes schreef en sip toekeek als een golf de naam weer wegspoelde.
Hij bemerkte dat de meedenkers hem een richting op stuurde die hem niet zo beviel en met een extra gedachtepush bracht hij ze meer naar de achtergrond. Voor zijn verhaal had hij oude boeken opgediept en oude kranten gevonden uit de tijd dat mensen die nog dagelijks op de deurmat kregen. Hij had zich een beeld gevormd over de tijd waarin mensen op die manier met elkaar communiceerden. Dat beeld maalde door zijn hoofd en hij kon zich werkelijk inleven in de beperkingen die dat had moeten opleveren voor zowel diegene die iets opschreef als voor diegene die het daarna tot zich moest nemen. Dat was nu in deze tijd toch ondenkbaar. De gedachtecommunicatie was zo langzamerhand gemeengoed geworden, ook omdat kleine kinderen dat van jongs af aan al van nature doen en dus ook niet meer hoeven te leren lezen en schrijven. In een museum had hij met verbazing gekeken naar PC’s en laptops waaraan in de meeste gevallen een toetsenbord hing met cijfers, letters en schrijftekens en hij vroeg zich af in welke mate schrijvers daardoor gehinderd werden om hun gedachten te vormen en hun verhaal op papier te zetten. Een binnenkomende gedachte van één van zijn collega’s van de universiteit bracht hem even uit zijn evenwicht en hij markeerde die gedachte met zijn eerste reacties daarop in zijn to-do-geheugen. Hij zou daar later meer over nadenken en zijn reactie aan zijn collega terugdenken. Het verontrustte hem overigens wel waarover zijn collega hem net over informeerde. Er was steeds vaker sprake van gedachtendiefstal en er waren al situaties bekend waarin mensen geen goed onderscheid meer konden maken van wie een gedachte nou eigenlijk afkomstig was.
Hij dwong zichzelf om aan de lijn van zijn verhaal te gaan werken en op datzelfde moment voelde hij een meedenker iets te enthousiast bij hem binnendringen. Getriggerd door de waarschuwing die in de gedachteboodschap van zijn collega zat was zijn primaire reactie om zich af te sluiten om daarmee zijn gedachtegoed te beschermen. Niet goed, dacht hij, samendenken is nou net waardoor de nieuwe inter-communicatie tussen mensen zo’n hoge vlucht heeft genomen. Hij besloot, geïnspireerd door wat hij tijdens zijn onderzoek naar de oude schrijfmethodieken over plagiaat had ontdekt, een forumdenker te starten op basis waarvan hij met anderen tot een gedachteafspraak kon komen om dit kapen van gedachten te kunnen gaan verminderen.
De volgende avond reed hij naar het afgesproken restaurant en nam plaats aan één van de daarvoor gereserveerde speciale ontmoetingstafels. Deze tafels waren sfeervol gedekt voor één persoon en keken uit over een prachtig verlichte tuin. Nadat hij zijn drankje had doorgedacht aan de gerant richtte hij zijn denken op Elsa en wist hij dat zij al een heerlijke Chablis voor zich had staan. Op exact hetzelfde moment hieven ze het glas en gingen ze in gedachten met elkaar in gesprek.

Subsidie

Het kleine clubje had na een enorm creatieve periode last van flinke tegenwind. Het aantal leden liep terug, de kosten namen toe en financieel redden ze het nog maar net. Met lede ogen zagen ze de financiële afgrond steeds dichterbij komen. Op een sombere zaterdagmiddag, toen de nog overgebleven leden hiervoor bij elkaar kwamen, stak iemand aarzelend zijn vinger op. “Kunnen we niet vragen of we wat geld van de Gemeente kunnen krijgen, dan kunnen we misschien weer een jaartje vooruit”. Na zorgvuldig naar de voor- en tegenstanders te hebben geluisterd besloot het bestuur om zo’n poging te wagen. Het Gemeentebestuur stond niet onwelwillend tegenover de vraag, de kas was immers goed gevuld, en een ambtenaar regelde de aanvraag verder met de penningmeester van het clubje.

Na een korte opleving ging het de jaren erna niet echt geweldig. Er ging veel energie zitten in het slim besteden van de subsidiegelden. De gesprekken gingen steeds vaker over het ‘geld’, dat het eigenlijk tekort was voor de dromen van het bestuur en het clubje werd per jaar steeds gretiger en minder creatief.

Op het moment dat de creativiteit van het clubje een dieptepunt naderde viel er een brief van de Gemeente op de deurmat. “bla bla ……. Zijn we genoodzaakt de subsidie voor uw clubje met ingang van volgend jaar te stoppen….”. Beng, de mensen uit het clubje die afhankelijk waren geworden van de externe geldstroom stonden op hun achterste poten. Wat denken ze wel, zo’n prachtig clubje! Ze trekken de stekker eruit………… Een crisisvergadering was vlug uitgeschreven en de opwinding, woede en frustratie was niet van de lucht.

Onder het afdak van het nog niet afgebouwde clubhuisje stond een van de leden die destijds tegenstanders was van de subsidieaanvraag glimlachend te luisteren naar al die commotie binnen. Mooi, dacht hij, gaan we eindelijk weer echt aan het werk!

Parallelle werkelijkheid

Marathon

De Keniaan was ondanks zijn goede staat van dienst toch weer wat nerveus voor de wedstrijd. Hij had al vaker gewonnen op dit parcours, de omstandigheden waren prima maar iets zat hem dwars. Hij kon de vinger er niet op leggen. Op een andere plek in de stad zat een bankovervaller er juist ontspannen bij in de vluchtauto en bereidde hij zich mentaal voor op wat er komen ging. Hij had een prima plan bedacht om weg te komen, al zei hij het zelf.
Net op het moment dat de Keniaan in de marathon langs het bankgebouw rende en genoot van zijn ruime voorsprong sloeg de bankovervaller toe en voerde zijn ontsnappingsplan uit. De vluchtauto reed met gierende banden dwars over het marathonparcours naar de andere kant van het park en verdween uit het zicht. De keniaan hoorde het geluid van de vluchtauto achter zich en keek snel even achterom. Tot zijn schrik zag hij dat een atleet ineens toch wel erg dicht achter hem genaderd was. En erger nog, dat hij hem in een enorme sprint voorbij stoof. Zijn ongeloof werd nog groter toen hij de forse rugzak zag die de atleet schijnbaar moeiteloos met zich mee torste.

 

Nieuwe file’s

Een vloek onderdrukkend gaf de man een klap op het stuurwiel, balend van de file waarin hij slechts metertje voor metertje opschoof. De “Story of my life” bedacht hij zich. Vroeger, toen hij nog tot de werkende garde werd gerekend, moest hij om 5 uur opstaan om voor de file op de weg te zitten en daardoor net op tijd op kantoor te kunnen zijn. De verschillend politiek getinte kabinetten waren er echter nooit in geslaagd om in de mix van openbaar vervoer en asfalt een oplossing te vinden die goed werkte. Het bleef filerijden in Nederland, en op de top van de ellende, in 2011 herinnerde de man zich, kon je ook overdag niet meer normaal van A naar B. Er werd wel druk aan de weg gewerkt, extra rijbanen naast de bestaande, maar eigenlijk leverde dat  alleen maar meer ellende op met al die wegwerkzaamheden. Ook het openbaar vervoer ging niet vliegen, ondanks de hoge snelheidstreinen die er wel waren maar om vaak onnaspeurbare redenen nooit de snelheid en kwaliteit haalden die iedereen verwachtte. Geen alternatieven dus, totdat steeds meer mensen het nieuwe werken gingen ontdekken. Zo in 2014 had hij de omslag gezien. Hij herinnerde zich nog die ene week waarin hij zonder files van Maastricht naar Den Helder reed, jazeker, in de spits! Maar dat feestje duurde maar kort. De filemeldingen op de radio kregen in die periode ook een heel andere toon. Het oude vertrouwde 10 km file voor Hoevelaken veranderde in “We vertragen het tempo op de aanvoerweg naar de Jaarbeurs om al onze pensionadas ter plekke niet te lang in de wachtrij voor de kassa en de restauratie te laten wachten. Om die wachttijd, die inmiddels is opgelopen tot 70 minuten,  efficiënt te gebruiken vragen we u om alvast een keuze te maken uit de volgende mogelijkheden: Druk 1 voor een menu met voorgerecht , druk 2 voor …………….”. Geërgerd drukte de man de radio uit. Waar hij ook keek, voor hem, achter hem en naast hem waren al die mooie nieuwe snelwegbanen vergeven van auto’s met grijze en blauw gepermanente leeftijdsgenoten op weg naar hun dagje uit.

 

De ontmoeting

De ontmoeting

Inge bekijkt nieuwsgierig de hits die ze krijgt op haar zoekopdracht: “Vrouw, midden twintig, zoekt kennis met een sportieve, creatieve single”. Eén in het bijzonder valt haar op, nog niet eens door de foto van de man, maar meer door de woordkeuze in zijn tekst onder de foto. “Rob, 35 jaar, gepassioneerd hobbykok is op zoek naar een innige relatie met een vrouw tussen de 25 en 40 jaar. Belangrijk in een relatie vind ik samen zijn, elkaar de ruimte geven en vooral veel plezier met elkaar hebben”. Ze voelt kriebels in haar buik en begint een emailtje in te tikken op haar smartphone. Met een licht schuldgevoel over het leugentje over haar leeftijd, vorige week net 16 geworden, schrijft ze: “Hoi Rob, ik ben Inge, 25 jaar en je hebt me geraakt met je mooie woorden, zullen we elkaar beter leren kennen?, Groetjes Inge”. En voor ze zich kan bedenken drukt ze op ‘Send’.
Marjan loopt ongerust heen en weer te ijsberen door de grote woonkeuken. Weer is haar dochter veel later thuis dan afgesproken. Ze kan haar ook eigenlijk niet goed vertrouwen. Ik moet dat toch een keer met haar bespreken, neemt ze zichzelf voor. Op dat moment hoort ze de deur van de schuur met een klap dichtvallen en valt de spanning wat van haar af. “Hoi Inge, hoe was het op school?”. Inge gooit haar jas over een stoel en smijt haar rugzak in een hoek van de keuken: “Ging wel, ik ga nog even naar mijn kamer, hoe laat eten we? “. En voordat Marjan kan uitspreken wat haar dwars zit is haar dochter verdwenen naar haar kamer.
Op de automatische piloot begint Marjan het avondeten te bereiden en op het moment dat ze de gesneden uitjes in de pan aan het fruiten is hoort ze een ‘ping’ uit de rugzak van haar dochterlief. Weer een sms’je van een vriendin zeker? Ik ken ze eigenlijk helemaal niet meer sinds Inge de laatste tijd zo’n afstand tot mij creëert, beseft Marjan zich. Nieuwsgierig en een tikkeltje schuldig grijpt ze naar de rugzak en pakt het mobieltje van Inge eruit. Goed luisterend of ze Inge niet van de trap naar beneden hoort komen opent ze de berichtenmap en ontdekt geen enkel nieuw binnengekomen sms-je. Vertwijfeld kijkt ze naar hat apparaat en zoekt naar de reden van het geluidje wat ze toch echt net hoorde. Heel erg bekend met deze smartphone is ze ook niet maar als een geluk bij een ongeluk komt ze in de mailbox terecht. “Kennismaken, JA”, is de titel van een mailtje wat haar opvalt en terwijl alles in haar schreeuwt ‘Dit kan je niet doen’, selecteert ze het mailtje en snakt naar adem.
Nog voordat ze het hele mailtje heeft kunnen lezen hoort ze gestommel op de trap en frommelt ze de smartphone snel terug in de tas van haar dochter. Ze had genoeg gelezen om te snappen wat er aan de hand was. Haar Inge is via internet aan het daten met een oudere man die zich heel mooi kan verkopen. Shit, de paar zinnen die ze gelezen had brachten haar hevig in verwarring. Boosheid en zorg overvielen haar maar tegelijkertijd wekten de woorden ook haar nieuwsgierigheid op. “Hoi mam, hoe was je dag?”, riep Inge plichtsmatig. “Erg druk gehad, help je me even met koken?”.
Onder het eten werd er door beiden weinig gezegd. In Marjan woedde een hevige strijd tussen de zorgen om haar dochter, waar ze sinds het vertrek van haar partner helemaal alleen voor stond, en de interesse die de woorden in de mail in haar hadden gewekt. Inge was druk met haar smartphone en het viel Marjan op dat ze regelmatig geheimzinnig glimlachte.
Later op de avond ging Marjan achter de laptop zitten en gebruikte Google om een plannetje wat in haar hoofd had postgevat verder uit te werken. Het moest toch mogelijk zijn om haar dochter in de gaten te houden met die internet-date, dacht ze. Via ‘Onzichtbare surveillance programmaatjes’ en ‘Spy Software’ kwam ze in een forum over emailtrucjes terecht en na wat zoeken was haar aanpak duidelijk. Ze meldde zich aan bij hun internet-provider en vinkte het vakje ‘Een copy sturen van de mail’ aan en toetste haar speciaal voor deze volgactie gemaakte Gmail-account in. Opgelucht maar ook onzeker over hoe het verder zou gaan klapte ze de laptop dicht en ging naar bed.
Op school was Inge de dag erna niet erg aanwezig. Dat viel haar vriendinnen ook al op maar wat zij ook probeerden, Inge hield ze op een afstand. In de pauze trok ze zich terug op de toiletten en tikte met rappe vingers een antwoord in op de uitnodigende mail van Rob. “Hoi Rob, ook ik hunker naar jou en wil je graag ontmoeten. Ik kan niet wachten. Waar?”.
Op kantoor keek Marjan schichtig om zich heen en toen ze merkte dat iedereen in hun werk verdiept was meldde ze zich aan haar privé-email aan. Verheugd zag ze dat haar plannetje had gewerkt, ze had inderdaad een copy van een mailtje in haar mailbox. Snel opende ze de mail. Geschrokken én jaloers vlogen haar ogen over de tekst. Met moeite onderdrukte ze een vloek en tegelijkertijd merkte ze dat de woorden haar ook niet onberoerd lieten. Wat was het lang geleden dat ze zo was geraakt door zo’n romantische tekst. Gehaast liep ze van de afdeling af naar een collega van de IT-afdeling die ze van vroeger kende en vroeg hem om even mee te lopen. “Hoe kan ik een antwoord geven op een mail op een manier dat de ontvanger denkt dat het van een ander e-mailaccount komt?”, vroeg ze als een volleerd privédetective. “Waar ben je in hemelsnaam mee bezig Marjan?”, brieste de man, maar hij zag aan Marjan dat ze het serieus meende en dat ze ogenschijnlijk in de knel zat.
Gewapende met nieuwe kennis over email-hacking klapte ze haar laptop open en installeerde de software die haar collega haar had aangeraden. Ze zuchtte, opende de mail “Waar?” en begon een antwoord te typen. “Hallo lieve Rob, wat heerlijk om met jou te genieten van al dat heerlijks wat jij voorstel. Ik ken een mooi plekje linksachter de grote vijver. Ken je dat? Warme kussen, Inge”. De laatste woorden veroorzaakten een lichte kramp in haar maag maar haar behoefte aan contact maakte dat ze schaamteloos op de entertoets drukte.
Inge voelde haar smartphone weer trillen tijdens de les en ze kon haar nieuwsgierigheid met moeite bedwingen. Zodra de bel ging rende ze naar het fietsenhok en opende haar mailbox. Twee berichten van Rob. Spannend. Na het lezen van het “Waar?” mailtje voelde ze de vlinders al in haar buik en na het lezen van mailtje met de verwachtingsvolle titel “Ontmoetplek” voelde het helemaal goed. Rob wil me erg graag ontmoeten, dat wist ze zeker.
Onder het ontbijt hing er een merkwaardige sfeer. Zowel Inge als Marjan hadden duidelijk meer aandacht besteed aan hun uiterlijk. Het viel hun beiden wel op maar ze waren zo met de ontmoeting van vanmiddag bezig dat het wegglipte. Marjan had de middag vrijaf gevraagd en Inge had het zo geregeld dat ze na de lunch niet terug hoefde naar school.
Vlak voor lunchtijd trok Marjan haar jasje aan en wenste haar collega’s alvast een heerlijk weekend. Op vleugels liep ze het kantoor uit en stak de weg over naar het park. Op datzelfde moment ontdekte Inge dat de achterband van haar fiets zo plat was als een dubbeltje. Haar goede humeur was echter niet stuk te krijgen en een snelle blik op haar smartphone leerde haar dat als ze een stukje met lijn 10 zou rijden en daarna dwars door het bosje zou lopen, ze net op tijd zou kunnen zijn.
Ongemerkt ging ze toch steeds harder lopen. Haar zijden shirtje plakte op haar rug en de vlinders in haar buik waren niet te bedaren. Door de bomen heen zag ze een man die sterk leek op de foto van haar Rob op een picknickkleedje zitten. Hij hief zijn glas en bracht een toast uit op een vrouw die Inge op dat moment alleen op de rug kon zien. Verwarring en boosheid namen bezit van haar. Ze rende erop af en de onbekende vrouw draaide zich, geïrriteerd omdat iemand haar romantische moment probeerde te verstoren, langzaam om.
Op het moment dat ze zich realiseerde wie die onbekende vrouw was ging Inge helemaal door het lint. Met een kreet stortte ze zich op haar moeder en zwaaide vervaarlijk met haar rugzak. Marjan zag het gevaarte op zich afkomen en bukte net op het moment dat Rob, verbijsterd door wat er gebeurde, zijn glas hief en de zaak probeerde te sussen. De rugzak miste maar net het opgeheven glas en raakte Rob vol op zijn slaap. Een echte knockout.
Geschrokken, boos en verdrietig keken moeder en dochter elkaar aan en na een moment van aarzeling, waarin beiden het gevoel hadden dat de ontstane afstand tussen hen nooit meer overbrugbaar zou zijn, reikte Marjan uit naar Inge die zich met een snik in de armen van haar moeder vleide.

Sudokoorts

Mijn pen zweefde boven het vakje, mijn oog loerde in de rij naar rechts, links, onder en boven en mijn hersens kraakten dat ze piepten. Langzaam telde ik tot 9 en liet de mogelijkheden in mijn hoofd voorbijgaan. Cijfercombinaties vormden zich in mijn brein maar passend kreeg ik het niet. Mijn ongeduldige ‘ik’ wilde wel een 3 noteren, rationeel gezien was dat een immers een goede mogelijkheid, maar mijn analytische ’ik’ stak daar een stokje voor: Het moet wel kloppen! Het moet waterdicht zijn. Mijn sportieve ‘ik‘ was het daar eigenlijk wel mee eens en voor ik het wist was er een machtsstrijd gaande, waarin mijn luie ‘ik’ en mijn strenge ‘ik ‘ ook nog een duit in het zakje deden. Net op het moment dat mijn ongeduldige de pijp aan Maarten wilde geven zag mijn analytisch een opening en gaf de sportieve een zucht van verlichting. Om het feestje compleet te maken brulde mijn lollige ‘ik’ na al dat het gezwoeg: Morgen weer?

Onschuld

Het houten bankje voelde erg oncomfortabel. De hele sfeer was eigenlijk niet om over naar huis te schrijven. De man, die overduidelijk een pruik droeg, keek me indringend aan alsof hij me kende, maar ik had geen idee. Zweetdruppeltjes parelden op mijn voorhoofd. Tot overmaat van ramp begon hij tegen me uit te varen in bewoordingen die ver van mijn eigen vocabulaire af stonden. Ik wilde opstaan, hier had ik echt geen zin in. Ruwe handen drukten me weer neer op het bankje. Frustratie drong zich bij mij op, ik voelde me als een misdadiger behandeld. “Waar bevond U zich gisterenavond tussen elf en drie uur ’s nachts? “ hoorde ik hem vragen. Weet ik veel, dacht ik, ik had wat door de stad gezworven, leuke mensen ontmoet, wat gedronken en rond middernacht wel een erg leuke ontmoeting gehad met een interessante man. Ik voelde meteen een klik en dat was wederzijds dacht ik. Na een paar mooie uren zijn we uit elkaar gegaan en werd ik de volgende morgen vrolijk wakker. Eerst een verkwikkende douche, dan naar de winkel om de hoek voor verse croissantjes en de krant. Lekker ontspannen ontbijten dacht ik nog tamelijk naïef toen mijn blik viel op een foto in de krant bij het hoofdartikel : “Crime passionel! Rechter vermoordt zijn vrouw”. De bel ging en er liep een rilling over mijn rug.